Gelovig, vrijzinnig, of...
Ze zaten samen:
Boeddhist, getuige van Jehova, protestant, katholiek en moslim,
Jood, herder en vrijzinnige,
gnost en agnost, ietsist en nietsist,
verstandig, dom, dik en dun,...
Plots sprong er iemand recht en riep:
ik heb de waarheid,
ik ken de ware god
en toen...
was het oorlog.
De meest verstandige onder hen
leverde later zelfs het wetenschappelijk bewijs
dat liefde niet bestond
en god dood was
alsof hij toch ooit zou bestaan hebben.
In de verwarring moeten we misschien zwijgen
lang zwijgen, dáárover toch,
omdat elk spreken voorlopig verdacht is,
niet anders dan verdacht kán zijn.
Ondertussen zijn we even zonder inspirerende verhalen
zonder rituelen die houvast geven
een leegte
een ruimte
waar nieuwe beelden, kleuren en klanken kansen krijgen
en wie weet, oude vernieuwd te voorschijn komen
beelden die verwijzen,
die vertrouwen suggereren in het bestaan zelf
en de schoonheid ervan in de verf zetten.
Het bestaande vacuüm
een groeiplaats
van vernieuwd vertrouwen
in het bestaan zelf?
Tjeu Leenders